MENU

blog

Vorige week kreeg ik de vraag voorgelegd wat mij de afgelopen maand het meest had verbaasd. Mijn verbazing was eigenlijk meer een bevestiging. Ik heb het over het bizarre circus rond het recente referendum dat een illustratie was van de onvrede tegen de gevestigde orde. Een gevestigde orde waar commissarissen ook bij horen. Laat ik het op die commissarissen toespitsen.

Het doen en laten van commissarissen ligt onder een vergrootglas. De laatste jaren is het vertrouwen in het toezicht op organisaties fors onder druk komen te staan. Dat geldt zowel voor profit- als voor non-profitorganisaties van enige omvang of betekenis. Voorbeelden daarvan zijn natuurlijk de bankensector, maar ook bedrijven als Imtech, de zorgorganisatie Meavita, de woningcorporaties Vestia en Rochdale en de ROC in Leiden gingen fors in de fout. Debacles met verschillende oorzaken die in de ergste gevallen gepaard gingen met fraude en zelfverrijking. In al die gevallen komt de vraag op: wat was de rol van het intern toezicht.

 

De Tweede kamer hield in 2014 een parlementaire enquête naar aanleiding van de misstanden in de sector woningcorporaties. De commissie oordeelde onder meer dat zowel het intern als het extern toezicht in veel gevallen hadden gefaald en dat de kwaliteit van het toezicht nog vaak onder de maat is. Ik vrees dat deze constatering niet alleen voor de onderzochte sector volkshuisvesting opgaat.

 

Steven de Waal, - oprichter en voorzitter van de Public SPACE Foundation, een denktank en platform voor maatschappelijk ondernemerschap - plaatst dat wantrouwen in een breder perspectief. In zijn boek “Burgerkracht met Burgermacht” signaleert hij dat de laatste jaren een openlijke strijd plaatsvindt tussen burgers en de elite van bestuurders, waarbij het paternalisme van overheid en instituties steeds minder wordt geaccepteerd en steeds meer wordt gewantrouwd.

 

Duidelijk is dat het herstel van vertrouwen hoge prioriteit heeft. De vraag is hoe dat moet. In eerste instantie - en dat is al enige jaren geleden gestart - is hier vooral op gereageerd met codes en regels. In een aantal sectoren hebben brancheorganisaties zelf het initiatief genomen om de algemene voor beursgenoteerde Corporate Governance Code verder aan te scherpen. Ook de rijksoverheid heeft niet stilgezeten en aspecten van toezicht in een aantal bedrijfstakken wettelijk verankerd. De bankensector en de sectorwoningcorporaties zijn voorbeelden; nieuwe bestuurders en commissarissen moeten voorafgaand aan hun benoeming via een Fit en Propertest een positieve zienswijze van de minister verkrijgen. Het bijhouden van het vak – via een systeem van Permanente educatie - is in die bedrijfstakken wettelijk verplicht. Via de Wet Normering Topinkomens (WNT) is de hoogte van inkomens van topfunctionarissen in de publieke sector aan banden gelegd en in veel private sectoren is beloning een onderwerp van discussie.

 

En gaan die regels en wetten werken. Ze zullen zeker een bijdrage leveren, maar uiteindelijk komt het toch aan op houding en gedrag van de commissarissen zelf. Om het vertrouwen te herwinnen zullen commissarissen veel meer dan in het verleden naar buiten moeten treden, in dialoog moeten gaan met de stakeholders en laten zien dat zij met toewijding en hart voor de zaak hun werk doen. En dat vraagt nogal wat van die commissarissen. Ten eerste betekent het dat commissarissen zich kwetsbaar durven op te stellen. Meestal is dat niet de sterkst ontwikkelde eigenschap van mensen die al een mooie carrière achter de rug hebben. Daarnaast is het voor een commissaris die meer naar buiten treedt essentieel dat hij de bestuurder niet voor de voeten gaat lopen en dat hij in staat is met respect om te gaan met soms tegenstrijdige belangen zonder daar zelf een beslissende rol in te spelen. Lastig voor een commissaris die zijn hele leven gewend was aan de knoppen te zitten.

 

Gaat het lukken? Ja, als commissarissen meer doen aan zelfreflectie, elkaar feed-back geven en hier goed mee omgaan en last but not least: zich voortdurend bewust zijn dat het gaat om de klanten van de organisatie waar zij toezicht op houden en laten zien dat zij zich daar dienstbaar voor opstellen. Dan komt het vertrouwen – waarschijnlijk langzaam - terug.

 

 

Koos Parie is zelfstandig bestuursadviseur, verbonden aan Orka-Advies en commissaris bij woningcorporatie Wooncompagnie

Alle berichten